Fokprogramma's
Duizenden diersoorten worden met uitsterven bedreigd. Hun leefgebieden verbrokkelen en verdwijnen. Steden, wegen, industrie en landbouw rukken op; veeteelt en (illegale) jacht zetten de natuur steeds verder onder druk.
Moderne dierentuinen willen hun bezoekers informeren over het belang van natuurbehoud. De levende dieren spelen daarbij zelf de hoofdrol. Je kunt je geen betere 'goodwill-ambassadeurs' voor natuurbehoud voorstellen dan dieren die op een moderne manier gehouden worden en zichzelf kunnen zijn. Daar hoef je niet lang naar te kijken om te begrijpen dat we er alles aan moeten doen om deze dieren ook in het wild te behouden, ook al ligt hun leefgebied aan de andere kant van de wereld. Hun natuur is immers ook de onze. Dierentuinen halen hun dieren al lang niet meer uit het wild. Zeker niet als het om bedreigde soorten gaat. Daarom wordt er veel aandacht aan de voortplanting van dierentuindieren besteed, en tegelijk ook aan het vermijden van inteelt, en aan het behoud van alle natuurlijke eigenschappen. Dat lukt alleen maar als dierentuinen met elkaar samenwerken en regelmatig fokdieren uitwisselen.
Om dat te bereiken zijn de dierentuinen van Europa in 1985 gestart met fokprogramma's voor bedreigde diersoorten: de EEP's (EEP = European Endangered species Programme). Dergelijke programma's zijn er nu al voor zo'n 150 diersoorten en er werken ruim 300 dierentuinen in 30 Europese landen aan mee. Ook worden er voor verschillende soorten op Europese schaal stamboeken bijgehouden (ESB's; European Stud Book).
Dolfinarium
Het Dolfinarium had vorig jaar een Europese primeur. In het zeezoogdierenpark in Harderwijk werd op 28 mei een babydolfijn, Spetter, geboren. Deze dolfijn is verwekt door middel van KI. Niet alleen voor het Dolfinarium, maar voor alle zeezoogdierparken in de wereld is de gebruikmaking van KI een grote stap. De parken willen vandaag de dag geen dieren meer uit het wild halen en hebben fokprogramma's opgezet. Het transporteren van een dolfijn is een ingewikkelde en veeleisende operatie. Door deze nieuwe techniek hoeven de dieren niet meer over de wereld te worden gevlogen, maar volstaat een buisje sperma.
Het was voor het eerst in Europa dat een babydolfijn op deze wijze het levenslicht zag. In de Verenigde Staten en Hongkong werden al meerdere dolfijnen (tuimelaars) door middel van deze techniek geboren. Normaal paren dolfijnen onder water buik tegen buik. Nu is er dus een techniek ontwikkeld waarmee een dolfijn zwanger kan worden zonder dat de dieren zelf paren! Bij mensen is dit al jaren mogelijk, bij dolfijnen is dit in de hele wereld pas een paar keer eerder gelukt. Deze techniek wordt kunstmatige inseminatie genoemd. Hoe werkt dit bij dolfijnen? Zaad van een mannetjesdolfijn wordt ingebracht bij een vrouwtjesdolfijn. Als alles goed gaat is er een kans dat het vrouwtje zwanger raakt.
Waarom deze nieuwe techniek?
Dolfijnen zijn groepsdieren. Vader en moederdolfijn moeten in dezelfde groep leven om te kunnen paren. De mannetjes in ÉÉn park kunnen niet altijd maar de vaders van alle jonge dieren zijn. Het is belangrijk om ook andere vaders te hebben. Voordat deze nieuwe techniek bestond zou uitwisseling van dieren tussen verschillende parken nodig zijn. Het vervoeren van een dolfijn over een grote afstand is niet alleen behoorlijk lastig en spannend voor de dolfijn. Het is ook maar de vraag of het in een ander park 'klikt' met de nieuwe groep dieren!
Door het gebruik van deze nieuwe techniek is zo'n verhuizing niet nodig. Alleen een buisje zaad van een mannetje is voldoende. Dit zaad kan meer dan 100 jaar bewaard worden.
Op 1 juli werd in het Dolfinarium nog een dolfijn, Rocco, geboren middels KI. Op 28 september werd Nalu geboren en Kite kwam op 5 oktober ter wereld. Deze twee dolfijnen zagen overigens op natuurlijk wijze het levenslicht.
Met alle vier de jonge dieren gaat het prima! Spetter is de oudste van de vier dolfijntjes. Je kunt hem vaak bij de glaswand van het Odiezeecafe vinden. Hij speelt graag verstoppertje bij het raam. Een ander favoriet spelletje van Spetter is bubbels maken om er hard achterna te zwemmen. Rocco neemt regelmatig bovenwater een kijkje. Hij is erg nieuwsgierig. Hij vindt het erg leuk als de trainers met water spetteren. Nalu is het enige vrouwtje van de vier dolfijntjes. Ze is erg eigenwijs. Ze krijgt het voor elkaar om trainingen in het water te laten lopen, terwijl ze nog niet eens zelf meedoet! Als de trainers kano's gebruiken komt Nalu een kijkje nemen. Ze zwemt dan zigzaggend voor de kano's uit. Kite is de jongste dolfijn in het Dolfinarium. Kite speel vaak met Nalu. Iets waar hij (net als de andere babydolfijnen) veel aandacht voor heeft is de watertoevoer.
Dierenpark Wissel
In Dierenpark Wissel zijn verschillende dierinformatieborden te vinden waar een bijzonder logo op staat: een neushoorn met een jong en de tekst 'EEP'. EEP staat voor 'European Endangered species Programme', oftewel een Europees fokprogramma voor bedreigde diersoorten. Het logo op het bord houdt in dat de betreffende diersoort is opgenomen in een fokprogramma waar Europese dierentuinen aan deelnemen.
Er zijn verschillende redenen waarom een EEP wordt aangevraagd voor een diersoort. Zo kan het met de desbetreffende diersoort in de natuur erg slecht gaan zodat men in de dierentuinen graag een 'reserve-populatie' wil opbouwen. Of er is slechts een klein aantal individuen van de diersoort in de dierentuinen waardoor de kans op inteelt erg groot wordt. Dit zou uiteindelijk het 'uitsterven' van de diersoort in de dierentuinen betekenen.
Als is beslist dat er een EEP voor een bepaalde diersoort wordt opgezet, moet er een stamboek van deze diersoort worden gemaakt. In dit stamboek staan allerlei gegevens over alle dieren die in de Europese dierentuinen worden gehouden die zijn aangesloten bij de EAZA (Europese vereniging van dierentuinen). Onder deze gegevens valt informatie als wanneer is het dier geboren, wie zijn de ouders, welke ziektes hebben ze gehad, in welke dierentuin is het dier geboren et cetera. De coördinator van het fokprogramma verzamelt deze gegevens en houdt het stamboek bij.
Alle dierentuinen die zijn aangesloten bij de EAZA en de desbetreffende diersoort in hun collectie hebben, doen mee aan het EEP. Dierentuinen die meewerken aan het EEP zijn in principe verplicht om zich te houden aan de aanbevelingen die worden gedaan.
Een van de diersoorten waar een Europees fokprogramma is opgesteld, is de Pinche-aap. Een dwergaap met een kuif waar Einstein nog trots op zou zijn. Met behulp van het EEP hopen de Europese dierentuinen een genetisch zo gezond mogelijke populatie* Pinche-aapjes te houden in de dierentuinen. Eventueel, als het mogelijk is en het is gewenst, zouden ooit dieren kunnen worden geherintroduceerd in de natuur. Het is belangrijk dat er een stabiele populatie Pinche-apen in de Europese dierentuinen wordt gehouden. Het aantal apen moet aansluiten bij de beschikbare ruimte in de betreffende dierentuin. Wanneer de ruimte in een dierentuin te klein dreigt te worden voor het aantal dieren, zal een aantal dieren verhuizen naar een andere dierentuin.
De supervisor van Dierenpark Wissel is coordinator van het fokprogramma van de Pinche-apen. "Het verkleinen en versnipperen van het leefgebied van Pinche-apen en de druk van de mens op deze gebieden blijft een heel groot probleem. Daarom is het van groot belang dat de populatie Pinche-aapjes in de dierentuinen groot is en genetisch gezond is. De Pinche-apen in de dierentuinen fungeren eigenlijk als ambassadeurs voor hun soortgenoten in het wild".
Zolang de leefomgeving van de dieren in de natuur wordt bedreigd, heeft het uitzetten van dieren uit het fokprogramma geen zin. Daarom houden veel dierentuinen zich naast fokprogramma's ook bezig met het beschermen van het natuurlijk leefgebied van bedreigde diersoorten. Dierenpark Wissel is onderdeel van Zodiac Zoos. Zodiac Zoos zet zich actief in voor natuurbehoud door middel van haar eigen natuurbehoudstichting Zodiac Nature Watch.
De natuurbehoudprojecten die Zodiac Nature Watch ondersteunt zijn zoveel mogelijk gerelateerd aan de diersoorten die in de parken van Zodiac Zoos leven.
De dieren in de parken van Zodiac Zoos fungeren hierbij als ambassadeurs voor hun soortgenoten in de natuur.