Dierenarts in een dierentuin
Je zou maar dierenarts in een dierentuin zijn! Dat is toch echt een droombaan!? In de praktijk is het werk als dierentuin dierenarts vaak erg lastig. De huisdieren dierenarts die honden, katten, konijnen en cavia's behandeld, heeft het vaak een stukje makkelijker. Die werkt namelijk met tamme dieren, die bij je komen als je ze roept, en die het niet eng vinden om vastgehouden en aangeraakt te worden. Als je hond een paar dagen niet goed eet, of je kat loopt mank, dan kun je hem makkelijk pakken en naar de dierenarts brengen. Die voelt dan aan de buik of aan de poot of er iets mis is, en schrijft zo nodig een medicijnenkuur uit. Het baasje kan deze medicijnen meestal makkelijk door het voer doen. Maar dierentuindieren zijn wild. Een gorilla komt niet als je hem roept, en een cheeta pak je niet zomaar om naar zijn poot te kijken. Als je een dierentuindier écht wilt onderzoeken, dan moeten ze verdoofd worden, met een blaaspijp of een geweer. Dat is dus een behoorlijke ingreep, wat bij het dier veel stress kan veroorzaken. Daarom moeten dierentuin dierenartsen vaak van een afstand naar het dier kijken en op basis van wat ze zien besluiten wat er aan scheelt. Regelmatig wordt er ook mest onderzocht, om te kijken of de dieren geen parasieten of wormen in hun buik hebben. De dierverzorgers moeten vervolgens proberen om bijvoorbeeld de antibioticumkuur in het eten te verstoppen. Maar ja, zo'n doodshoofdaapje vertrouwd zelfs de lekkerste vruchten niet als er een vreemd luchtje aan zit!
De dierenarts in GaiaPark
GaiaPark is nog maar een jong dierenpark. Toch hebben we het eerste jaar al een aantal dieren moeten behandelen. Het vrouwtje van de tapirs had de hele zomer last van ontstekingen op haar buik en onder haar kop. Zij is ÉÉn van de weinige dieren in het park die de dierverzorgers zonder problemen kunnen aaien. En als je dat maar lekker genoeg doet, blijft ze zelfs stilliggen terwijl de dierenarts de ontsteking onderzocht. Na diverse antibioticakuren verdwenen de zwellingen echter nog steeds niet. Daarop is besloten om met een mobiel röntgenapparaat te kijken of het tapirvrouwtje een interne ontsteking had. Ook bij het mannetje van de bongo's moest er na maanden kwakkelen een röntgenapparaat aan te pas komen. Deze bongo kreeg meteen vanaf het begin dat hij in GaiaPark was last van zijn buik. Hij at redelijk goed, maar werd broodmager. Aan zijn houding was ook duidelijk te zien dat hij pijn had. Diverse behandelingen hadden helaas geen effect. Ook de rontgenfoto's boden geen oplossing, en daarop is besloten om de bongo uit zijn lijden te verlossen.
In de zomer werd ook de gorillaman ernstig ziek. Hij at niet meer, sliep alleen maar en reageerde nergens meer op. Omdat de situatie zo zorgwekkend was, is besloten om hem onder narcose te brengen, en hem te onderzoeken. De binnenkant van zijn mond en zijn oogwit waren erg geel; een teken dat zijn lever niet (goed) meer functioneerde. Tijdens de narcose heeft hij 3 liter vocht toegediend gekregen, en tevens de eerste spuit met medicijnen. De daarop volgende dagen werd hij steeds levendiger en wist hij de blaaspijp steeds beter en sneller te ontwijken. Sindsdien vertrouwt hij de dierenarts natuurlijk absoluut niet meer. Daarom probeert Christine hem elke keer dat ze er is met lekker voedsel te paaien. Maar hij zal nooit vergeten dat zij hem verdoofd heeft.
Meer voorkomende werkzaamheden van de dierenarts in GaiaPark waren bijvoorbeeld het steriliseren van het stokstaartvrouwtje (dat het als enige vrouwtje in een mannengroepje zwaar te verduren had) en het castreren van een witschouder capucijnaap.